III. VERLIES ARBEIDSVERMOGEN

Hierbij valt te denken verlies verdienvermogen uit nevenwerkzaamheden (naast Uw werkkring/beroep) en het inkomen dat U netto per maand/week/4 wkn besteedbaar heeft ontvangen vóór ongeval en dat U fictief, zou hebben ontvangen indien het ongeval zich niet zou hebben voorgedaan. Dit fictieve inkomen wordt elk jaar weer opnieuw geschat (berekening A).

Het verlies verdienvermogen wordt berekend aan de hand van het verschil tussen dat hiervoor geschatte fictieve inkomen enerzijds (het inkomen dat U zou hebben verdiend, het ongeval weggedacht, met alle promoties, besteedbare vergoedingen, loonstijgingen, periodieken enz. als eerste berekening A) en anderzijds het inkomen dat U per periode na ongeval werkelijk heeft verdiend dan wel aan uitkering heeft ontvangen (berekening B). De verschillen tussen de beide berekeningen, tussen A en B worden elk jaar weer opnieuw berekend ook voor de toekomst tot Uw theoretische sterftedatum. Het verschil tussen A en B alle jaren in het verleden als in de toekomst is het verlies verdienvermogen. Dit bedrag is in beginsel belastingvrij (zie Belasting). Dit verlies verdienvermogen wordt in beginsel netto berekend, zodat alle netto maandelijkse ontvangsten van bijvoorbeeld de laatste 6, 12 of 36 maanden al naar gelang de relevantie zullen moeten worden verstrekt en dat te samen met jaaropgaven van de laatste jaren om eventuele belastingfacetten te berekenen.



IV. TOEKOMSTSCHADE

Toekomstschade heeft betrekking op zowel de berekende materiele schade als het verlies verdienvermogen voor de toekomst en derhalve na het afwikkelingstijdstip (valutadatum). Ook zit hier naast de geschatte materiële schadeposten, het toekomstige verlies arbeidsvermogen de pensioenschade in. Wij moeten dus weten of U pensioen heeft opgebouwd en vanaf wanneer en met welke percentages.

Die toekomstschade wordt in beginsel berekend tot de theoretisch berekende sterftedatum. De werkelijke toekomstschade per jaar wordt teruggerekend tot de valutadatum tegen een rentepercentage (rekenrente). Dit percentage wordt gevonden door een denkbeeldige rente te berekenen die U van het uitgekeerde vermogen zou kunnen trekken minus de te verwachten inflatie en minus de box 3 belasting (1,2%) over de kapitaalsuitkering. Hoe hoger die rekenrente hoe lager het uit te keren bedrag zal worden. Het slachtoffer wordt verondersteld het uit te keren bedrag weg te zetten tegen rente zodat daarmede de schade in de toekomst wordt verminderd ongeacht de vraag of dat ook werkelijk gebeurt.


V. BELASTINGPROBLEMEN



De uit te keren toekomstschade, het smartengeld en de materiële schade is in beginsel vrij van inkomstenbelasting (box 1 is daarop in beginsel niet van toepassing). Verlies arbeidsvermogen is theoretisch in het belastingrecht niet benoemd als belastbare bron. Rente uitgekeerd over schade van vóór 2001 is belast. Rente van na 1 januari 2001 wordt samen met schade-uitkeringen voor zover dit vermogen vormt boven de vermogensvrijstelling in beginsel niet belast. Daarvoor treedt in de plaats de box 3 belasting van 30% over het door de belastingdienst geschatte winstaandeel van Uw vermogen (4%). Die belasting is dus in beginsel 1,2% van Uw vermogen verminderd met een vermogensvrijstelling.



VI. SYLLABUS

Voor meer informatie over schadevergoeding en berekeningsmethoden van Uw schade kunt U hieronder klikken om de verkorte uitgave van de syllabus “Aansprakelijkheid, schadevergoeding en toekomstschade" te downloaden.