AKTE OPGAVE GETUIGEN

Voorafgaande aan het getuigenverhoor wordt schriftelijk opgegeven welke getuigen de advocaat wil horen en doet de advocaat opgave van verhinderdata ook die van zijn cliënt.


HET GETUIGENVERHOOR

Een getuige die wordt opgeroepen om een bepaalde stelling zoals omschreven in het vonnis te bewijzen.
De getuige moet een getuigenis afleggen en kan worden opgeroepen te verschijnen met de sterke arm van politie. De kosten die hij heeft gemaakt worden in beginsel vergoed, zoals reiskosten of als de getuige vrij moet nemen en daarvoor geen vrije dag krijgt een standaard loonvergoeding.

De getuige wordt gevraagd of hij de eed wil afleggen of de belofte. Hij verklaart daarbij de waarheid te zullen zeggen en niets anders dan de waarheid. Bij een leugen is er sprake van meineed en kan de getuige strafrechtelijk worden vervolgd.

De getuige zal omtrent die betreffende stelling (de bewijslast) in het vonnis worden ondervraagd en niet over andere onderwerpen.

De rechter zal meestal niet toestaan dat buiten die stelling om nog nadere vragen worden gesteld. Het gaat om de vraag of en zo ja de getuige iets kan verklaren omtrent hetgeen de Rechtbank heeft opgedragen te bewijzen niets meer en niets minder. Betreffende getuige zal eerst worden ondervraagd door de rechter, daarna door de advocaat van de partij die de betreffende getuige heeft opgeroepen en daarna door de advocaat van de wederpartij. Indien deze laatste advocaat meent dat de andere partij niet is geslaagd in zijn bewijslast zal deze er verstandig aan doen weinig of geen verdere vragen meer te stellen. De procedure gaat immers goed. Vaak zie je dat door het nog stellen van nadere vragen de procedure alsnog een niet gewenste wending krijgt.

Ook de eisende of de gedaagde partij kan zelf als partijgetuige worden gehoord. Die partijgetuigenis kan nooit worden gebruikt om de stelling van de betreffende partij te bewijzen. Meestal wordt een partijgetuige gebruikt om de stellingen van de betreffende partij nader toe te lichten. De beweringen van een partijgetuige dienen mogelijk om de rechter nog bij een laatste restje twijfel te overtuigen, maar kunnen strikt formeel juridisch eigenlijk alleen worden gebruikt in het nadeel van de betreffende partij en niet bewijsrechtelijk in het voordeel. De partijgetuige mag wel dermate overtuigend stellingen toelichten, dat daarmee de rechter verder wordt overtuigd.

Een getuige kan de eed afleggen of de belofte. De getuige zal eerst worden ondervraagd door de rechter (rechter-commissaris), daarna door de advocaat van de partij die iets moet bewijzen en daarna door de andere advocaat. Indien deze laatste meent dat de andere advocaat weinig of niets bereikt heeft zal deze veelal zwijgen en geen belangrijke rol willen spelen.

De eisende of gedaagde partij kunnen ook zelf in persoon getuigen als "partijgetuige". Die partij-getuigenis kan nooit gebruikt worden om de stelling van de betreffende partij te bewijzen. Meestal wordt dit gedaan om de stellingen van die partij nader toe te lichten. De beweringen van een partij-getuige kunnen formeel juridisch alleen gebruikt worden in zijn nadeel en in de praktijk om toch mogelijk nadere inlichtingen te verstrekken en/of toch om daarmee de rechter nader te overtuigen.
In het eindvonnis bepaalt de rechter het eindoordeel, wie bijvoorbeeld nog wat moet betalen, doen of nalaten.
Indien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad dan kan dit ook meteen worden geëxecuteerd ongeacht eventueel hoger beroep.
Indien het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard dan zal een hoger beroep tegen dat vonnis kunnen opschorten.
Een hoger beroep tegen een dergelijk vonnis moet worden ingesteld binnen drie maanden.
Er zijn meerdere soorten procedures waarbij andere termijnen gelden. Dus altijd de eigen advocaat raadplegen!


HET EINDVONNIS

In het eindvonnis bepaalt de rechter het eindoordeel, wie in welke bewijslast is geslaagd en wie wat moet betalen, doen of nalaten met bepaling wie in de kosten wordt veroordeeld. Als dit oordeel uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard dan betekent dit dat het oordeel ook hangende een eventueel hoger beroep wel kan worden geexecuteerd.


HOGER BEROEP

Het hoger beroep tegen een dergelijk eindvonnis moet worden ingesteld binnen drie maanden. In sommige procedures kan die termijn verschillen. Het is dus altijd van belang om de eigen advocaat te raadplegen welke termijnen van toepassing zijn! Het hoger beroep schorst niet automatisch de tenuitvoerlegging van het vonnis.

Indien in het vonnis de woorden staan (uitvoerbaar bij voorraad) dan betekent dit dat de daarbij gegeven uitspraak meteen kan worden geëxecuteerd ongeacht of de betreffende partij in hoger beroep gaat.

Indien iemand bijvoorbeeld € 50.000,00 moet betalen en daartegen in hoger beroep wil gaan dan kunnen toch alle maatregelen worden genomen om de betreffende persoon te dwingen die € 50.000,00 alvast te betalen bijvoorbeeld middels executie op huis, auto of andere bezittingen.

Het hoger beroep wordt ingesteld bij appeldagvaarding. Deze procedure is veelal iets korter (gelukkig maar).

Degene die appel instelt (appellant) krijgt de gelegenheid krijgen om zijn grieven tegen het vonnis kenbaar te maken in een allesomvattend stuk de zogenaamde memorie van grieven. De gedaagde (geïntimeerde) kan daarop antwoorden middels een memorie van antwoord.

Echter hierna kunnen ook weer aktes worden genomen en om pleidooi worden gevraagd.


DE CIVIELE PROCEDURE BIJ DE KANTONRECHTER

Zaken met een belang tot € 5.000 dienen bij de sector kanton van de rechtbank (het vroegere kantongerecht). Zaken betreffende huur- en arbeidsrecht dienen altijd bij die sector kanton ongeacht de hoogte van het gevorderde bedrag. Het verschil met de hierboven beschreven gewone civiele procedure is niet groot behalve dat de gedaagde ook zelf schriftelijk of mondeling kan verschijnen om verweer te voeren. Na het mondeling verweer gaat de zaak op dezelfde manier verder dan hiervoor beschreven. Als men dan na bv repliek niet meer reageert is ook de kans groot dat de gedaagde de zaak verliest.


HOGER BEROEP TEGEN HET VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

Dit dient tegenwoordig ook bij het Gerechtshof en niet meer bij de rechtbank. Het geschil bij de sector kanton moet dan wel betrekking hebben op meer dan euro 2500,00 of van onbepaalde waarde zijn. Indien dit anders is, bv bij een lager belang, is geen beroep meer mogelijk